Inzicht in kosten en baten van transmurale medicatiezorg

Nieuwe businesscase onderbouwt verplaatsing van dagbehandeling naar huis

In de praktijk worden kosten vaak genoemd als belangrijke belemmering bij het verplaatsen van intramurale medicatietoediening naar de thuissituatie. Om deze discussie beter te kunnen voeren, is binnen een pilotproject een businesscase opgesteld waarin de kosten en baten van transmurale medicatieprocessen expliciet in beeld zijn gebracht.

De analyse laat zien dat, ondanks hogere inzet van kinderverpleegkundigen in de thuissituatie, de totale maatschappelijke kosten lager uitvallen dan bij ziekenhuisgebonden dagbehandeling. Daarmee biedt het project waardevolle handvatten voor zorgprofessionals, ziekenhuizen en beleidsmakers die werken aan passende, toekomstbestendige zorg.

Kosten niet langer een ‘black box’

De opgenomen cijfers zijn indicatief, maar schetsen een representatief beeld van de financiële effecten op verschillende niveaus: patiënt en gezin, ziekenhuis, thuiszorgorganisatie en maatschappij. Door deze kosten transparant te maken, ontstaat een realistischer beeld van wat zorgverplaatsing daadwerkelijk betekent — voorbij aannames en gevoel.

Vanuit maatschappelijk perspectief leidt thuistoediening tot een kostenbesparing, onder meer doordat ziekenhuisruimte en bijbehorende overhead wegvallen. Tegelijkertijd laat de analyse zien dat de zorg anders wordt georganiseerd: meer 1-op-1 inzet van kinderverpleegkundigen thuis, maar minder belasting van ziekenhuispersoneel en faciliteiten.

Veilig en verantwoord, mits goed georganiseerd

Een veelgehoorde zorg bij transmurale medicatiezorg is medische veiligheid. In de pilot is daarom gewerkt met duidelijke protocollen, vastgelegde verantwoordelijkheden en noodprocedures. Ook bij toediening thuis blijft het contact tussen arts en patiënt geborgd, onder andere via poliklinische controles en terugkoppeling door de betrokken kinderverpleegkundige.

De conclusie: dagbehandeling thuis kan veilig en verantwoord plaatsvinden, mits de juiste randvoorwaarden zijn ingericht.

Positieve ervaringen van kind en gezin

Naast de financiële onderbouwing zijn de ervaringen van kinderen en gezinnen opvallend positief. Kinderen geven aan het prettig te vinden om de behandeling thuis te ontvangen en missen daardoor minder school. Voor ouders kost de toediening aanzienlijk minder tijd, wat de druk op werk, inkomen en maatschappelijke participatie vermindert.

Deze uitkomsten onderstrepen dat transmurale medicatiezorg niet alleen een organisatorische of financiële keuze is, maar ook direct bijdraagt aan kwaliteit van leven voor kind en gezin.

Wat betekent dit voor zorgprofessionals?

Voor zorgprofessionals biedt deze businesscase concrete aanknopingspunten om het gesprek te voeren over passende zorg, personele inzet en duurzame organisatie van zorg. De analyse maakt duidelijk waar kosten verschuiven, waar besparingen ontstaan en welke keuzes daarbij horen.

Door financiële effecten, veiligheid en ervaringen van gezinnen samen te brengen, ontstaat een completer beeld van de meerwaarde van zorgverplaatsing — en een stevigere basis voor implementatie en opschaling.

 

Bekijk detail informatie

Jaarprogramma scholing en ontwikkeling Indicatieproces Kindzorg 2026

Het jaaroverzicht van de scholings- en ontwikkelactiviteiten rondom het Indicatieproces Kindzorg (HIK) in 2026 is bekend!

Deze activiteiten worden georganiseerd door de beroepsorganisaties Kinderverpleegkunde.nl en V&VN Vrouw en Kind.
De activiteiten zijn bedoeld om kinderverpleegkundigen en andere professionals die betrokken zijn bij het Indicatieproces Kindzorg te ondersteunen.
Leerdoelen zijn deskundigheidsbevordering, vakbekwaamheid en samenwerking in de eigen leefomgeving van kind en gezin.

Programma Trainingen HIK 2026

tweedaagse Training HIK — Utrecht, 46 accreditatiepunten

  • HIK 17, 2 maart 2026 met tweede trainingsdag op 13 april 2026
  • HIK 18, 25 september 2026 met tweede trainingsdag op 6 november 2026

Naar meer info over de training op kinderverpleegkunde.nl

Aanmelden gaat niet via de website –  stuur een mail naar info.vrouwkind@venvn.nl

Terugkomdag Training HIK

(voor wie eerder de Training HIK volgde)

  • 27 maart 2026, Utrecht
  • 14 september 2026, Utrecht

Naar meer info en aanmelden op kinderverpleegkunde.nl


Training HIK in Vogelvlucht — zorgprofessionals

  • 14 april 2026, Utrecht

Naar meer informatie en aanmelden op kinderverpleegkunde.nl

Training HIK in Vogelvlucht — zorgverzekeraars

  • 15 juni 2026, Utrecht

Naar meer informatie en aanmelden op kinderverpleegkunde.nl

Intervisie-bijeenkomsten  Indicatieproces Kindzorg

  • Gratis deelname
  • 2 accreditatiepunten per bijeenkomst
  • Toegankelijk voor kinderverpleegkundigen én samenwerkingspartners binnen het indicatieproces

Naar Kalender en aanmelden op kinderverpleegkunde.nl

Verdiepende bijeenkomsten Vuur voor de Toekomst

(vierluik 2025–2026)

Een reeks bijeenkomsten gericht op leiderschap, toekomstbestendige kindzorg, veerkracht en samenwerken vanuit verbinding.
De eerste bijeenkomst vond in november 2025 plaats en werd zeer gewaardeerd vanwege de combinatie van kennisdelen, inspiratie, ontmoeting én intervisie.

De bijeenkomsten in 2026:

  • 13 januari 2026 – Alphen aan den Rijn
  • 3 maart 2026 – Alphen aan den Rijn
  • 14 april 2026 – Alphen aan den Rijn

Naar meer informatie en aanmelden op kinderverpleegkunde.nl

Lunch & Intervisie Café – eindejaarseditie 2025

  • 9 december 2025, Alkmaar

Een laagdrempelig en waardevol moment voor reflectie, collegiale uitwisseling en een gezellige lunch.

Naar meer informatie en aanmelden op kinderverpleegkunde.nl

OKE-programma: hulp bij het aanleren van zorghandelingen in de eigen omgeving

Een grote groep kinderen heeft na een ziekenhuisopname in de eigen omgeving ook nog (veel) zorg nodig. Denk aan verpleegtechnische handelingen, het toedienen van medicatie en (toezicht op) het in acht nemen van leefregels. Goede instructies hierover aan ouders, kinderen / jongeren zelf en anderen die de zorg geven is essentieel.

Het Ouder-Kind educatieprogramma (OKE) biedt sinds een aantal jaren ondersteuning hierbij. Het educatiemateriaal helpt bij het aanleren van diverse verpleegtechnische handelingen, zowel door ouders als door kinderen/jongeren die zelfstandig een handeling willen kunnen uitvoeren.

Daarnaast biedt OKE onderwijs aan zorgverleners die zich (verder) willen bekwamen in het onderwijzen van handelingen aan ouders en jongeren.

Landelijke stuurgroep

Het programma wordt ondersteund door een landelijke stuurgroep. Hierin zijn vertegenwoordigd de afdelingen kindergeneeskunde van de academische ziekenhuizen, KinderThuisZorg Nederland, Kind & Zorg, beroepsorganisaties V&VN en Kinderverpleegkunde.nl en de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK).

Daarnaast is er een  landelijke werkgroep waarin de deelnemende ziekenhuizen en organisaties met elkaar samenwerken rond het verspreiden, verbeteren en up-to-date houden van het programma.

Educatiemateriaal

Het educatiemateriaal van OKE is te vinden via de MKS-website van de samenwerkende zorgpartijen. Er zijn aparte onderdelen voor ouders, kinderen/jongeren en zorgverleners.

Naar het Ouder-Kind educatieprogramma (OKE) op de MKS-website

Ouders willen inzicht in de zorggegevens van hun kind

Onder ouders leeft een grote behoefte aan een goed werkende digitale PGO (persoonlijke gezondheidsomgeving) speciaal voor kinderen en hun ouders. Zo’n PGO zou ze overzicht en regie geven. Ook hoeven ouders dan niet langer, zoals nu vaak gebeurt, zelf de informatie van verschillende zorgaanbieders over hun kind te beheren. In ICT&health van februari 2025 geeft directeur-bestuurder Hester-Rippen-Wagner een interview over het functioneel ontwerp van zo’n PGO dat Kind & Ziekenhuis samen met ouders en op basis van hun wensen ontwikkelde.

Naar het artikel in ICT&health

Meer info:

Naar het onderzoek van Kind & Ziekenhuis naar wensen van ouders en het functioneel ontwerp voor een PGO

Naar de roep van medisch specialisten en andere zorgpartijen om een landelijke infrastructuur

Medisch specialisten dringen aan op betere mogelijkheid uitwisselen gegevens

 

Beatrix Kinderziekenhuis: de kinderverpleegkundige van de toekomst denkt transmuraal

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Beatrix Kinderziekenhuis hier meer over.

Voorzichtig, maar onmiskenbaar beginnen de muren tussen kinderverpleegkunde binnen en buiten de muren van het ziekenhuis af te brokkelen. Vooroplopers zijn onder meer de transmuraal werkende kinderverpleegkundigen. Zij brengen de wereld van het ziekenhuis en die van de kindzorg thuis langzaam maar zeker bij elkaar.

Dat is echt iets voor mij, dacht Jorien Bouma, toen ze de vacature zag voor een opleidingsplaats tot transmuraal kinderverpleegkundige. “Het medische aspect van het werken in het ziekenhuis trekt me heel erg, maar de kinderthuiszorg heb ik ook altijd interessant gevonden. Zeker toen ik ontdekte welke mogelijkheden er thuis allemaal zijn. Ik vind het een mooie uitdaging om eraan bij te dragen dat die overgang van ziekenhuis naar thuis voor kind en gezin soepel verloopt.”

Jorien is als kinderverpleegkundige transmuraal opgeleid. Ze is in dienst bij het Beatrix Kinderziekenhuis van het UMC Groningen, waar ze elke maand twee weken werkt. De andere twee weken is ze werkzaam bij KinderThuisZorg Nederland. Ze vormt nu nog een koppel met Rianne Doornbos, die het werken binnen en buiten de ziekenhuismuren om de maand afwisselt.

Transmurale samenwerking

De transmuraal werkende kinderverpleegkundige gaat de muren tussen beide werelden verder afbreken in de regio Groningen. Want dat is het idee achter het transmuraal opleiden en werken, zegt Jorien. “Als transmuraal werkende kinderverpleegkundige bevorder je de samenwerking tussen de zorg binnen en buiten het ziekenhuis. We zijn in beide disciplines opgeleid en werken nu in beide settings.”

Jorien en Rianne delen continu hun ervaringen in beide werelden met hun collega’s. Rianne: “De manier van werken in de ziekenhuizen verschilt toch nog steeds met die in de kinderthuiszorg. Ook tussen ziekenhuizen onderling is er veel variatie in onder meer protocollen. Een warme overdracht gaat veel makkelijker als je de werkwijze van de ander goed kent.”

“We horen: wat fijn dat we jullie ook hier tegenkomen, wat mooi dat dit kan!”

Jorien en Rianne zien veel enthousiasme over hun dubbelrol. Bij collega’s, die een steeds beter beeld krijgen van de ins en outs van die andere werkplek van Jorien en Rianne. Maar ook kinderen en gezinnen. Jorien: “Wij komen in het ziekenhuis regelmatig kinderen tegen die we kennen uit de kinderthuiszorg, en andersom. Voordeel is dan dat je meteen de hele situatie rond het kind kent.”

Rianne: “Het is zo leuk als kind en het gezin jou herkennen! We horen dan vaak: wat fijn dat we jullie ook hier tegenkomen, wat mooi dat dit kan. Een vertrouwd gezicht geeft een veilig gevoel. Dat is goud waard.”

Maar ook in andere situaties bewijst het transmuraal werken zijn meerwaarde, zegt Jorien. “We kennen natuurlijk onze collega’s in het ziekenhuis en in de kinderthuiszorg heel goed. Dus in de dagelijkse zorg voor kinderen zijn de lijntjes heel kort. Je belt makkelijk even een collega in de andere setting. Of je zoekt snel even iets op, we hebben immers toegang tot beide digitale systemen.”

Een uitdaging

De samenwerking tussen het Beatrix Kinderziekenhuis en KinderThuisZorg in Groningen rond het gezamenlijk opleiden en aanstellen van transmurale kinderverpleegkundigen werd een paar jaar geleden opgezet als pilot.

In algemene zin ziet men in het land de meerwaarde van transmuraal werken. Ook op een aantal andere plaatsen in Nederland zijn ziekenhuizen en kinderthuiszorgorganisaties transmurale pilotprojecten gestart. Het blijkt nog niet heel makkelijk om voor twee organisaties te werken, onder meer qua arbeidscontract en dienstroosters. Het CWZ ziekenhuis in Nijmegen is daarom samen met onder anderen KinderThuisZorg Nederland een grootschalig onderzoek gestart naar de meest optimale inzet van transmuraal opgeleide kinderverpleegkundigen.

Jorien en Rianne kunnen zich voorstellen dat het vormgeven van transmurale werkplekken een uitdaging kan zijn. Maar aan de andere kant: het is ook pionieren, je loopt voorop en dan is de praktijk soms weerbarstig. Ze geloven allebei dan ook dat transmurale kinderverpleegkundige zorg de toekomst heeft.

Jorien: “Sinds kort biedt de HBO-V opleiding in Groningen stages in de kinderthuiszorg aan. Ook dat is natuurlijk een heel goede ontwikkeling, dat je in de opleiding al met beide settings kennismaakt. De leerlingverpleegkundigen zijn er zeer enthousiast over.”

Geen muur

“Je merkt gewoon aan alles hoe goed het is voor kind en gezin als er een vloeiende overgang is van het ziekenhuis naar thuis”, zegt Rianne. “Soms is het wel zoeken naar je rol. Maar op een ander moment krijg je weer een enthousiaste reactie, of word je weer bij een project betrokken vanwege je transmurale functie. Dan lever je via dat project ook weer een bijdrage. Het zijn kleine stapjes, maar met elk stapje raak ikzelf ook weer enthousiaster.”

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!

Elkerliek Ziekenhuis: samenwerking zowel binnen als buiten het ziekenhuis

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Elkerliek Ziekenhuis hier meer over.

In het Elkerliek ziekenhuis ervaart men dat de problematiek van kind en gezin in sommige gevallen steeds heftiger wordt. Dit heeft er bij dit ziekenhuis toe geleid dat er verschillende samenwerkingsverbanden zijn ontstaan om er gezamenlijk voor te zorgen dat kind en gezin zo goed mogelijk worden geholpen.

Binnen het Elkerliek vindt één keer per twee weken overleg plaats met het psychosociaal team. Hierbij zijn een psycholoog, kinderarts, (soms) kinderverpleegkundigen, een maatschappelijk werker (vanuit het nazorgteam) en een medisch pedagogisch zorgverlener betrokken. In dit overleg komt meer aan de orde dan alleen het medische. “We komen steeds vaker tegen dat een ‘gezinssysteem’ niet goed functioneert waardoor er allerlei problemen ontstaan. Laaggeletterdheid speelt hierbij ook een rol.”

Naast de reguliere samenwerking met de jeugdgezondheidszorg en met huisartsen zijn er korte lijnen met diverse organisaties van zorg en ondersteuning, sociale teams van de gemeente en (speciaal-)onderwijs. Persoonlijk contact door het nazorgteam, de kinderpsychologen en de kinderarts met deze organisaties helpt om de processen te verbeteren.

Wat dit het ziekenhuis en de patiënt oplevert

“Door de korte lijnen weten wij wat er mogelijk is.  Met goed vooroverleg door de betrokkenen in het ziekenhuis is er een helder beeld van de problematiek en wat helpend is in de aanpak hiervan. Door dit beeld met een warme overdracht  bij de passende hulpverlening te krijgen, zijn onze patiënten sneller en beter geholpen met de juiste zorg op de juiste plek,” aldus kinderarts Rinske Bos.

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!

MKS: dichtbij de praktijk blijven helpt bij implementatie

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Beatrix Kinderziekenhuis hier meer over.

Binnen het Beatrix Kinderziekenhuis wordt al langer gewerkt om MKS geïmplementeerd te krijgen en vanaf begin  2023 is hier écht serieus werk van gemaakt. Het vraagt een lange adem, maar levert ook zeker wat op.

Het BKZ heeft haar visie op integrale (kind)zorg duidelijk omschreven. Dit vormt een mooie basis om vanuit verder te werken. Met maar liefst 600 verpleegkundigen die moeten worden meegenomen in dit gedachtengoed is een lange adem nodig. De focus ligt nu op het scholen van de kinderverpleegkundigen. “In eerste instantie merkten we dat mensen dachten: oh nee, niet weer een project! Zegt Cecile Ketelaar, kwaliteitsadviseur en projectleider MKS. “Maar als je dan in gesprek gaat met mensen, klinische lessen aanbiedt en praat vanuit voorbeelden, dan merk je dat mensen enthousiast worden.”

Veranderingen kosten tijd, weet ook Michel van Vliet, kinderarts sociale pediatrie en medisch manager van de polikliniek kindergeneeskunde “We organiseren ook nu al MDO’s en brengen de vier leefgebieden in kaart, we zijn zo ontzettend gewend om vanuit het medische te denken dat daarin veranderen soms lastig is. Dat betekent dus dat we elkaar scherp moeten houden. En dan helpt het om overal in het ziekenhuis ambassadeurs te hebben, zodat we samen de kar kunnen trekken.”

Wat dit het ziekenhuis en de patiënt oplevert

Uiteindelijk zorgt de MKS-werkwijze ervoor dat de zorg beter op elkaar wordt afgestemd en beter past in het leven van kind en gezin. “Soms kom je er bijvoorbeeld tijdens een MDO achter dat iedereen net iets anders bedoelt. Bijvoorbeeld wanneer het gaat over een crisismaatregel. Dat soort discussies moet je eigenlijk voor zijn en daar kan MKS bij helpen”  zegt Van Vliet.  “En net zo belangrijk is het dat kind en gezin naar huis kunnen met een veilig gevoel, dit geldt voor zowel complexe als minder complexe zorgvragen. Dat ze denken: dit kunnen we.”

Tips voor andere ziekenhuizen en het delen van ervaringen

Het BKZ heeft de afgelopen jaren vooral gemerkt dat het helpt om het samen te doen en de lijntjes warm te houden. Komend jaar starten zij bijvoorbeeld met intervisie bijeenkomsten met verpleegkundigen van thuiszorg en ziekenhuis. “We merken dat vooral dicht bij de praktijk blijven enorm aanspreekt.” Zegt Gerda van Bergen, hoofd kinderverpleegkundige “en dat kan op allerlei manieren: vind ambassadeurs binnen je eigen organisatie, geef klinische lessen, maak de verbinding met thuiszorg organisaties, etc. “Houdt het paadje warm met aansprekende en praktisch toepasbare info voor de mensen op de werkvloer.”

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!

Breder leren kijken met hulp van de MKS werkwijze

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Wilhelmina Ziekenhuis hier meer over.

Toen het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen (WZA) hoorde over de MKS Advies Visitaties, dachten ze in eerste instantie: dat is niks voor ons. Zoveel chronisch zieke kinderen die met medische zorg naar huis gaan zien ze immers niet. Inmiddels is die gedachte weg en weten ze: ook voor ons is hartstikke veel te doen met MKS!

Anita van Zanten is kinderverpleegkundige in het WZA, een niet te groot perifeer ziekenhuis in het Noorden van het land. Toen zij in aanraking kwamen met MKS dachten ze in eerste instantie dat het allemaal veel te ingewikkeld was. “We besloten een advies visitatie aan te vragen en gingen erover lezen. Hoe moeten we dat dan doen? Is dat iets voor ons? Zoveel kinderen met een zorgvraag thuis zijn er immers niet in het ziekenhuis.”

Gaandeweg komen ze erachter dat MKS eigenlijk heel logisch is en goed aansluit op de ontwikkelingen die nu spelen op het vlak van integrale zorg. Naast de visitatie, voerden de kinderverpleegkundigen ook gesprekken met ouders van kinderen die met medische zorg naar huis gaan, bezochten zij een symposium en spraken zij met zorgpartners zoals Kinderthuiszorg. “We kregen een beter besef waar ouders mee te maken krijgen thuis, hoeveel zorgprofessionals betrokken kunnen raken bij een gezin waar een kindje is met medische zorg thuis en hoeveel ouders hierin moeten regisseren. Daar sta je niet altijd bij stil als kinderverpleegkundige op een afdeling. En daarbij, ook al sta je erbij stil, wat kun je ouders eigenlijk bieden?”

Na de visitatie gaan Anita en Auktje aan de slag met de aanbevelingen uit het rapport. Ze keken wat voor hun afdeling wenselijk en haalbaar was en stelden op basis daarvan prioriteiten. Ze zochten gericht de samenwerking op met Kinderthuiszorg en het Netwerk Integrole Kindzorg. Daarnaast betrokken ze Herma Meijer van bureau kwaliteit. Over deze samenwerking zeggen zij: “Herma heeft ons geholpen om de probleemstelling duidelijker te krijgen. Hoe kunnen we alles wat is aangeboden vormgeven? Wat is er nodig? Waar ligt precies onze vraag? Enzovoort.”

Inmiddels zijn er met de zorgpartners buiten het ziekenhuis afspraken gemaakt over overdrachten van en naar elkaar en hebben ze structureel overleg. Gaandeweg betrekken ze het hele team en leren ze samen kijken op een net iets andere manier. “We hebben meer structuur aangebracht. Ook al lijkt het in eerste instantie maar om een relatief klein groepje kinderen te gaan. Als je het daarvoor goed bedenkt en inricht, dan heeft iedereen er wat aan.“

Wat het WZA andere zorgorganisaties aanraadt

“Wij raden iedereen aan om het kleiner te maken, probeer niet meteen alles te doen, maar begin met een eerste kleine stap. Maak een goede probleem- en doelstelling en ga aan de slag. Betrek ook mensen van het kwaliteitsbureau erbij, omdat zij ervaring hebben met dit soort trajecten. “Als kinderverpleegkundigen schieten we vaak meteen in de oplossing en soms is het nodig om net even wat rustiger aan te doen.”

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!

Gezamenlijk, binnen en buiten het ziekenhuis de zorg en ondersteuning leveren die past

In 2023 heeft Stichting Kind en Ziekenhuis een MKS advies-visitatie uitgevoerd bij 20 zorgorganisaties. In dit stuk vertelt het Amphia Ziekenhuis hier meer over.

Mirjam Zeebregts, kinderverpleegkundige MKS 2023, is de drijvende kracht achter het invoeren van Medische Kindzorg Samenwerking in het Amphia ziekenhuis en in de regio Breda. Onder haar leiding worden de werkprocessen in het Amphia heringericht, zodat elk dossier van ieder kind dat na het ziekenhuis zorg nodig heeft informatie uit alle kinderleefdomeinen bevat. Ook zet Mirjam samenwerking op met aanbieders van zorg en ondersteuning buiten het ziekenhuis. Haar doel is standaard een warme overdracht en multidisciplinaire overleggen waaraan alle betrokkenen kunnen deelnemen. Verpleegkundig leiderschap is Mirjams drijfveer.

Al vanaf het begin af aan heeft Mirjam MKS gevolgd. Zij was degene die in haar ziekenhuis heeft gezegd: hier moeten we iets mee. “De MKS-visie sluit aan bij de onze, zei ik, er is landelijk een werkwijze ontwikkeld, de beroepsverenigingen staan erachter – wij moeten dit gewoon gaan doen. En wij als verpleegkundigen moeten daarbij in de lead zijn. Vanuit die gedachte is er in het ziekenhuis subsidie vrijgemaakt, waardoor ik aan de slag mocht om MKS in Amphia op te gaan zetten.”

En dat ging niet vanzelf en was niet altijd eenvoudig vertelt Mirjam. Soms is er weerstand en er zijn tegenslagen. Ook is nog niet duidelijk hoe de financieringsstromen gaan lopen en in het ziekenhuis is dat wel een belangrijk gegeven. Ook zitten mijn collega’s niet te wachten op extra werk. Ik waak er dan ook voor dat zij door MKS taken erbij krijgen, de werkdagen puilen al uit. “Het is ontzettend leuk om te zien dat steeds meer collega’s in Amphia enthousiast raken over MKS. Vooral als ze doorkrijgen dat MKS betekent dat je gezamenlijk, binnen en buiten het ziekenhuis, gewoon de zorg en ondersteuning levert die kind en gezin nodig hebben en die bij hun past.”

Welke eerste stappen raad jij andere kinderverpleegkundigen aan?

Een mooi begin is om te kijken naar wat er al is. “Veel dingen worden al gevraagd en genoteerd, maar dan gaat het soms om losse flodders. Als kinderverpleegkundige kun je bijvoorbeeld starten met in je rapportage aandacht te geven aan alle vier de kinderleefdomeinen. “Het is de kunst om het niet te groot te maken, om het met elkaar te doen en vooral om keuzes te maken. Je kunt niet alles tegelijk aanpakken, dat zorgt alleen maar voor teleurstellingen. Je wil vooral dat het uiteindelijk werkt.”

Wil je aanvullende informatie of zelf aan de slag? Klik hier!

Kind en gezin gebaat bij zeggenschap en autonomie voor kinderverpleegkundigen

Kinderen die medische zorg nodig hebben en hun ouders willen dat de zorg in hun leven past. Daarvoor is het essentieel dat kind en gezin samen beslissen met zorgverleners en zelf de regie voeren over hun zorg. In het huidige proces van indicatiestelling voor zorg in de eigen omgeving is dit goed geregeld, met een centrale rol voor kind, ouders en de kinderverpleegkundige. Ook de overige betrokken zorg- en hulpverleners hebben er een relevante rol in. Het is dan ook van groot belang dat de huidige werkwijze blijft bestaan.

Dat is de boodschap van Stichting Kind en Ziekenhuis aan de politiek aan de vooravond van het debat in de Tweede Kamer over de medische kindzorg.

Huidige werkwijze verloopt steeds beter

In een brief aan staatssecretaris Maeijer en de vaste kamercommissie van VWS stelt directeur-bestuurder Hester Rippen-Wagner dat het indiceren van zorg door kinderverpleegkundigen over het algemeen zorgvuldig verloopt.

In de afgelopen jaren komen steeds minder casussen bij Kind & Ziekenhuis terecht waarin ouders vastlopen. Ook van organisaties, werkgroepen en officiële loketten die helpen om knelpunten in het indicatieproces op te lossen hoort Kind & Ziekenhuis dergelijke geluiden. Dit is een teken dat het indiceren en daarmee de zorg steeds beter aansluit bij de behoeften van gezinnen, aldus Kind & Ziekenhuis.

Rol van kinderverpleegkundigen

“We vinden het daarom van groot belang dat het indicatieproces zoals het nu is vormgegeven in de Handreiking Indicatieproces Kindzorg (HIK), en daarmee de huidige rol van kinderverpleegkundigen, behouden blijft. In de huidige werkwijze dragen kinderverpleegkundigen bij aan het mogelijk maken van de beste zorg voor het kind en zijn zij een gelijkwaardig klankbord voor de ouders. Alle andere betrokken zorg- of hulpverleners hebben in het huidige proces ook een relevante rol,” aldus Hester Rippen-Wagner in de brief.

Draagkracht van het gezin

In de brief benadrukt Kind & Ziekenhuis dat samen beslissen en regie voeren niet alleen essentieel is voor het welzijn van het kind, maar ook voor de draagkracht van het gezin. “Wij zien dagelijks dat ouders die zich gehoord en ondersteund voelen, beter in staat zijn om de zorg voor hun kind te organiseren zonder zichzelf uit het oog te verliezen.”

Kind & Ziekenhuis roept de politiek dan ook op om vertrouwen te hebben in de autonomie van indicerend kinderverpleegkundigen en van de gezinnen zelf.

Medische Kindzorg Samenwerking (MKS)

In de brief wijst Kind & Ziekenhuis verder op het belang van het centraal blijven stellen van kind en gezin, in het ziekenhuis maar zeker ook in de eigen omgeving. Kinderen kunnen na een ziekenhuisopname steeds eerder naar huis. Dit is waardevol, maar vraagt om goede afstemming en samenwerking tussen kind, ouders en alle betrokken zorgprofessionals.

Medische Kindzorg Samenwerking is de beste manier om dit te organiseren. Het indiceren volgens de HIK sluit hier naadloos op aan, én heeft laten zien dat het indiceren enorm is verbetert. Deze door alle kindzorgpartijen onderschreven en afgesproken werkwijzen zorgen ervoor dat kind en gezin de regie kunnen voeren over hun leven en de zorg die daarbij past. Kind & Ziekenhuis vraagt de politiek daarom de huidige indicatie volgens de HIK te handhaven.

Aandacht voor knelpunten

Kind & Ziekenhuis vraagt tenslotte aan de politiek om aandacht te hebben voor een aantal knelpunten. Zoals aandacht voor casussen waarin het indiceren van zorg toch nog vastloopt, bestaanszekerheid voor PGB-gebruikers, het (nog) ontbreken van goede digitale gegevensuitwisseling, niet-optimale samenwerking tussen de loketten van Jeugdwet, Wmo en Zorgverzekeringswet, ongelijkheid in vergoedingen en de niet-optimale overgang van kindzorg naar volwassenenzorg.